
Op vrijdagavond waren Helena en ik al vertrokken richting Friesland. We waren uitgenodigd op het huwelijksfeest van Jort Van Zutphen en Anja, en daar wilden we natuurlijk bij zijn. De wedstrijd in Sneek was veranderd van klassementswedstrijd naar Open wedstrijd, en ik had me voorgenomen vooral te genieten van het feest. Voor de wedstrijd op zaterdag zou ik dan wel zien hoe ik het er vanaf bracht. Het feest was super, het was 3u30 toen we ons bed zagen, en het opstaan op zaterdag deed wel wat pijn. Het lekkere en gezellige ontbijt zorgde ervoor dat we de dag konden inzetten zoals de vorige geëindigd was: relaxed (maar moe)
In Sneek regende het, en het waaide ook hard. Gelukkig werd het droger naar ons startuur toe. Na het ererondje van Jort (met blikjes!!) was de baan al zo goed als droog. Op het snelle rondje werd er direct in gevlogen. Na de eerste schermutselingen viel het even stil en besloot ik mijn kans te wagen. Ik viel aan en kreeg direct enkele toppers mee (Ferre Spruyt, Arjan Smit, Ted Ooijevaar,...) We reden goed door en reden verder van het peloton weg. Na een 5tal km met deze kopgroep was er een premiesprint. Aangezien ik net van kop kwam besloot ik mee te sprinten. Ik werd derde, maar in de wirwar van renners die moesten lossen en een achtervolgend groepje dat kwam aansluiten moest ik het groepje laten gaan toen Arjan Smit op kop ging sleuren.
Ik liet me uitzakken in het peloton, en moest toch even recupereren van de inspanning. De kopgroep die ik moest laten gaan bleek uiteindelijk de beslissende te zijn.
In het peloton werd er heel onregelmatig gereden, en ik recupereerde goed, dus ik besloot met nog een goeie 10km te gaan mijn kans te gaan en ik viel opnieuw aan. Ik reed alleen weg van het peloton en kon mijn voorsprong uitbouwen. Met nog 5km te gaan kwamen Pim Schipper en Maarten Swings aansluiten. In de voorlaatste ronde trok ik vol door en kon ik Sjaak Schipper losrijden. Swings bleef echter in mijn wiel en kon me moeiteloos kloppen in de eindsprint met ons twee (ook te verwachten, als Europees kampioen ploegkoers)
Ik werd dus uiteindelijk 12e, wat een super resultaat is, en waar ik enorm mee tevreden ben, gezien de manier waarop ik deze plaats behaalde.
Misschien moet ik vaker eens naar een feestje gaan voor de wedstrijd. :-)
Foto's met dank aan Tims Imaging
—————
De 100km van Hallum is ieder jaar zo'n beetje een doel. Niet enkel omdat ik samen train met Frank Fiers, winnaar in 2005, maar ook omdat langere wedstrijden me wel liggen. En 100km, dat is best lang voor een skeelerwedstrijd. Mijn doel voor dit jaar was gewoon uitrijden, de rest zien we wel.
Ik had goed getraind, een aantal keer 100, tot zelfs 110km geskeelerd op training. De afstand kon ik aan, en dat de conditie in orde was wist ik toen ik twee dagen voor de wedstrijd in Eeklo een PR op de 200m reed: 16.07.
Mijn ma had een huisje gereserveerd in Ees, bij Emmen, zodat we er een weekendje van konden maken. Zo kon ik iets meer ontspannen naar de wedstrijd rijden ook. We waren in tegenstelling tot vorig jaar dus ruim op tijd ter plaatse.
De start van de wedstrijd verliep heel chaotisch, doordat na de eerste plaatselijke ronde er nog een groot aantal volgwagens geparkeerd stonden in de finishstraat, en de jury vergat dat je op skeelers niet in 1,2,3 kan remmen. De actie van de jury om dan weer met de auto voor het peloton uit te komen was levensgevaarlijk.
Maar goed, de koers was begonnen. Al meteen gingen Roy Boeve en Willem Hut alleen weg. Zelfmoord, met de wind die er was, maar ze bleven sterk voorop en er werd een paar keer serieus hard doorgegeven om het gat dicht te krijgen. Ik voelde dat ik goed zat, en de eerste ronde van een goeie 30km kwam ik zonder problemen door, ook al ging het soms hard en was het zwaar met de wind die er stond.
In de tweede ronde werden Hut en Boeve opnieuw gegrepen en waren er de hele tijd uitvalspogingen. Ik begon al wat last te krijgen, onder andere van het steentje in mijn schoen, maar ook eten en drinken ging niet zo vlot als ik zou gewild hebben. Er moesten heel wat renners lossen, maar ik kon blijven volgen, en moest af een toe een gaatje overbruggen om bij de groep te blijven.
Na het ingaan van de laatste ronde werd er in de meewind enorm hard gereden, waardoor een aantal rijders beslisten om er de brui aan te geven. Dit zorgde jammergenoeg voor gaten in de groep. Ik probeerde het gat met de eerste groep nog dicht te rijden, maar bleef een aantal kilometer op 5-10 meter hangen. Ik kreeg het gewoon niet dicht en blies me uiteindelijk volledig op in de achtervolging. Ik moest zelfs het tweede achtervolgende groepje dat zich ondertussen in mijn wiel gevormd had laten gaan. Later hoorde ik dat ook dit groepje het gat niet meer dicht kreeg.
Er zat dus niks op dan alleen verder te rijden. Ik overbrugde de resterende 20km tot op het plaatselijk parcours voornamelijk alleen, want een andere geloste bleef voornamelijk in mijn wiel zitten. Op het plaatselijk parcours moesten we dan nog enkele rondjes rijden, en uiteindelijk werd ik 27e. Het doel, Hallum uitrijden, was geslaagd, maar het gevoel dat er wel meer in zat blijft ook wel wat hangen. Ik weet nu alleszins dat ik ook volgend jaar weer naar deze wedstrijd toe kan leven.
Nog bedankt aan mijn mama en Helena voor het leuke weekendje, Frank voor de vele trainingen naar Hallum toe, en de hele ISCE-crew voor de lekkere spaghetti achteraf in Burdaard. Het was gezellig.
—————
—————
Eindelijk even tijd gevonden voor een verslagje van de hoogtestage in Sankt Moritz. Later in het verslagje wel meer uitleg over de drukte van de afgelopen weken.
De heenrit naar Sankt Moritz was vrij lastig. De hele weg regende het, een SMSje naar mijn pa met het bericht dat we vertrokken waren werd beantwoord met het bericht: "het sneeuwt hier al van 6u vanochtend." Mijn ouders waren al een paar dagen ter plaatse. Een telefoontje vanuit 1 van de files die dag leerde ons dat er inderdaad sneeuw lag op de Julierpass, maar dat de weg zelf sneeuwvrij zou zijn.
In het dal was de sneeuw gelukkig al weg. We konden onze tent dus goed opzetten. Leuk is het echter niet, in de motregen bij temperaturen onder de 10°C. Gelukkig stopte het later die avond nog met regenen en konden we toch iets eten vooraleer we in onze warme slaapzakken kropen.
De volgende ochtend was het stralend weer. De temperatuur was nog niet superhoog, maar toch aangenaam om even een uurtje of twee los te fietsen. Op de terugweg van Maloja ging ik even bij m'n ouders langs. Daar vertelde m'n pa dat hij de volgende dag graag de Albulapass en Julierpass zou doen. Een beetje vroeg voor mij, aangezien ik nog niet echt aangepast was aan de hoogte, maar ik besloot toch om mee te gaan, en in de namiddag de Berninapass al even te doen als opwarmer. Op de Berninapass voelde ik dat ik nog niet echt gewend was aan de hoogte, maar dat desondanks het klimmen toch vrij vlot ging. Ook het dalen ging goed, dankzij m'n Specialized fiets die voor het eerste de Alpen zag. Een maximumsnelheid van 75,8km/u haal je niet met een fiets waarop je je niet veilig voelt.
Ook de volgende dag was het stralend weer. Gelukkig maar, want met de Albulapass en de Julierpass stond een kleine 50 km bergop op het programma. Ik had al wat minder last van de hoogte en na een stevig ontbijt vertrok ik samen met mijn pa voor de rit die hij al een tijdje wilde doen en die ik 2 jaar geleden ook deed (en waar ik ongelofelijk had afgezien)
Op de Albulapass kon ik op de eerste steile stukken snel het goede ritme vinden en ik klom vrij vlot naar boven. In de laatste kilometers op de Albulapass rijd je in een dal, en daar voelde je de wind die vanover de sneeuw die boven nog lag kwam wel snijden. Op de top was het dus zoeken naar een plekje uit de wind, en in de zon, om warm te blijven.
Na een moeilijke afdaling van het eerste stuk van de Albulapass (steentjes, putten, asfalt van Belgische kwaliteit dus) stopten we halverwege om een spaghetti te eten. Het was lekker warm in het zonnetje en de spaghetti was welkom om energie op te doen voor de beklimming van de Julierpass, een kleine 39km lang. Deze beklimming start in Tiefencastel met direct een heel steil stuk. Daarna zijn er terrasjes waar je kan recupereren, of waar je wat kan doorrijden. Ik vond ook hier mijn klimritme en kon op de tussenstukjes flink doorrijden. De laatste 10 kilometer zijn nog heel zwaar maar ook deze kwam ik vrij vlot door. De eindtijd op de top van 2uur en 6 minuten is mijn beste van de 3 beklimmingen die ik op deze pas reeds deed.
De volgende dag was een rustdagje. Anderhalf uurtje losfietsen, bezoekje aan Sankt Moritz, beetje spelen in het riviertje en een gezellig kampvuur 's avonds. Meer moet dat niet zijn. Ook de dag nadien stond er gewoon een vlakke duurrit op het programma (richting Maloja, again, waar het Maloja Palace Hotel, vroeger eigendom van de CM nu een luxehotel geworden is)
De twee relatief rustige dagen waren welkom als voorbereiding op de volgende zware dag, met de beklimming van de Passo Dello Stelvio, vanuit Prato. De legendarische kant dus, met 49 haarspeldbochten die je naar 2800m hoogte brengen.
We vertrokken vanuit Santa Maria om in dalende lijn richting Prato te rijden, aan de voet van de klim. De eerste kilometers zijn vrij goed te doen, met stukken van 5-6%. Ideaal om wat in het klimritme te komen, want wat volgt is niet van de poes. De laatste 20km ga je bijna niet meer onder de 9%, met uitschieters tot 16%. Ik zat goed in mijn ritme en kon vlot blijven klimmen tot op de top en werd tijdens de beklimming slechts door 1 renner, een echte klimmerstype gepasseerd. Ik bereikte de top in 2 uur en 3 minuten. Ik klom dus aan een gemiddelde van 12km/u wat op deze klim echt wel goed is. Ook mijn pa haalde een goeie 20 minuten na mij, moe maar voldaan, de top. We hebben nu beiden de beide kanten van de Stelvio bedwongen, en kwamen elk 1 keer als eerste boven. :-)
Op de top werden we verrast door een stormachtige wind die ervoor zorgde dat we heel voorzichtig moesten afdalen tot het punt waar we de afdaling verder zouden zetten via de Umbrailpass, om terug aan ons vertrekpunt te komen. De stenen waaiden van onderaan de berg de weg op, en je moest opletten dat je niet van de weg waaide. Toen we even van de schrik bekwamen op de top van de Umbrailpass kwam er een Nederlandse motorrijder een praatje slaan. Blijkbaar een goede vriend van Gerrit, zaakvoerder van mijn sponsor: De Veste. De wereld is toch klein. Na een lastige afdaling (steil, deels onverhard, moeilijke bochten) kwamen we terug in Santa Maria. Snikheet was het er ondertussen, de verkoeling aan de plaatselijke fontein deed deugd. Het shoppen in Livigno, de pizza, en het bezoekje aan de bar in hotel Stahlbad achteraf waren verdiend en deden deugd.
Opnieuw stonden de volgende dagen rustige duurtrainingen op het programma. Nog 1 zware training was er gepland, op de laatste dag. Ondertussen begon ik ook wat vermoeid te raken doordat ik op de camping toch niet echt kon uitrusten zoals eigenlijk nodig is. Het was 's nachts heel koud en ondanks heel warme slaapzakken kan je lichaam toch niet ideaal uitrusten. Ook het slapen op een luchmatras is niet echt bevorderlijk voor de recuperatie. Op 1 van de rustige dagen deden we ook nog de uitstap naar de Corvatsch met de kabelbaan. We profiteerden van het mooie weer boven om een paar uurtjes lekker niks te doen op 3303 m hoogte.
De laatste zware training die ik gepland had was een rit naar Davos. Een rit die ik nog nooit deed over de Fluëlapass, die ik ook nog nooit eerder deed. Normaal is het eerste vlakke deel van deze rit heel erg goed te doen, omdat het licht bergaf gaat en je op 90% van de dagen kan profiteren van de Engadin wind die in je voordeel blaast. Vandaag was deze wind echter helemaal omgekeerd, waardoor de eerste 40km toch al goed afzien was. Het onweer van de avond ervoor, en de restanten ervan in de zijdalen van het Engadin zorgden blijkbaar voor dit a-typische weerbeeld.
Die restanten van het onweer heb ik ook ontmoet tijdens mijn beklimming van de Flüelapass. Een zware beklimming die er niet lichter op werd door een regen/hagelbui op een 3-tal km van de top.
Op de top kwam ik nog de Zwitserse versie van Il Falco tegen. Hij deed dezelfde rit als ik, en nodigde me uit hem te volgen in de afdaling. Klappertandend van de kou, en van de schrik toen ik hem zag dalen liet ik hem toch maar rijden.
In Davos trakteerde ik mezelf op een stuk chocolade, een colaatje, en een paar broodjes. Ik probeerde uit de wind te zitten om wat warm te krijgen maar dat lukte maar half, mede doordat de zon zich niet echt liet zien. Het volgende stukje tussen Davos en Filisur was een onbekend stuk waar ik nog nooit eerder reed. De hoogte van Filisur en Davos is ongeveer dezelfde, maar de gedachte dat de weg ertussen wel vlak zou zijn bleek wishfull thinking. De weg ging naar Zwitserse normen steeds omhoog en omlaag. In combinatie met de zon die er nu stilaan wel was zorgde dit er wel voor dat ik het wat warm kreeg, en dat ik stilaan weer wat in het klimritme kwam. Gelukkig maar, want er stond nog een goeie 25km klimmen op de Albulapass op het programma. Op deze Albulapass kwam ik kilometer na kilometer beter in mijn ritme en de laatste 5km reed ik aan 15km/u naar boven. In de afdaling van de Albulapass die normaalgezien al vrij gevaarlijk is werd ik nog eens getrakteerd op een buitje, waardoor ik extra voorzichtig daalde. Ook de laatste zware training was een succes, we konden naar huis om daar een paar dagen uit te rusten, en ook te verhuizen (meteen de reden waarom het verslagje een tijd op zich liet wachten)
Bedankt aan Helena om me zo vaak een paar uur te missen, bedankt aan mijn pa voor het gezelschap op de ritten, bedankt aan mijn ma, Lieve, Emma, Victor, Ewaut en de familie Aercus voor het leuke gezelschap!
Na de rustperiode/verhuis ben ik ondertussen weer goed aan het trainen. Door het Europees Kampioenschap (met fantastische Belgische resultaten) dat de afgelopen 2 weken in Oostende plaats vond waren er geen andere wedstrijden, en is er dus tijd om goed te trainen voor de volgende wedstrijd: het open Nederlands Kampioenschap over honderd kilometer in Hallum. Deze loodzware wedstrijd zou ik heel graag uitrijden dit jaar.
—————
Hieronder kunnen jullie reeds een selectie van de foto's van mijn trainingstripje naar Sankt Moritz bekijken. Een verslagje en wat meer uitleg volgt later, want deze week staat eerst een verhuis op het programma.
—————
Vandaag deze mytische berg beklommen. Een fotootje wil ik jullie alvast niet onthouden.

—————

Een uitgebreid verslag en meer foto's volgen bij terugkeer!
—————
Afgelopen vrijdag werd in Vorden de derde klassieker voor de Holland Inline Cup gereden. 9 ronden met elke ronde een goeie 1500m klinkers, in totaal 75km.
In het begin van de wedstrijd had ik moeite om het goede ritme te vinden. Ik probeerde dit ritme dan maar te vinden in de staart van het peloton. Doordat de groep vrij groot was was het er gevaarlijk, omdat sommige rijders wat minder behendig zijn, en toen ik bijna uit de bocht werd geduwd door iemand besloot ik om toch een beetje meer voorin te gaan rijden.
Toen het half koers even stil viel viel ik aan, om met een groepje weg te raken. Ik raakte echter alleen voorop en hield dit een 3-tal kilomter vol, net genoeg om een tweede premie te pakken. Van deze inspanning moest ik toch wel een tijdje recupereren. De beslissende kopgroep was ondertussen al gaan vliegen. In de laatste ronde probeerde ik met nog 3km te gaan weg te springen uit het peloton. Op 800m van de meet werd ik gegrepen. Aanpikken en nog meespringen was uitgesloten want mijn benen waren volledig verzuurd. Ik werd uiteindelijk 28e maar ben blij dat ik me wat kon tonen in de koers.
—————
De wedstrijden in Hoogeveen en Staphorst waren het moment voor een paar daagjes uit. We hadden een hotelletje geboekt in Emmen. Op vrijdag, de dag tussen de twee wedstrijden gingen we niet enkel op bezoek in Emmen, een mooie staat. We fietsten ook even langs bij de sponsor van de ploeg: Schaats- en skeelershop de Veste, in Coevorden. Gerrit had me verteld dat er een poster hing. Groot was echter mijn verrassing toen ik zag over welke poster het ging: best wel grappig om jezelf zo groot op een banner te zien hangen.
—————
Gisteren werd in Beilen de volgende World on Wheels gereden. Beilen is niet echt een rondje voor mij. Een klein rondje op een industrieterrein, 700m lang met 4 vrij moeilijke bochten. Vorig jaar reed ik hier toch een sterke wedstrijd door alleen naar de kopgroep toe te rijden, met deze kopgroep een rondje te pakken op het peloton, en uiteindelijk door een foutje in de laatste bocht nipt tweede te worden op minder dan een wiel van de winnaar.
Ook dit jaar werd er bij de A's snel gereden. Van in het begin regende het aanvallen. Voorin komen was door het smalle korte rondje ook moeilijk. Ondanks het snelle tempo kon ik toch vrij makkelijk meerijden. Ongeveer de helft van de gestartte renners reden de koers uit, wat wil zeggen dat het toch zwaar was.
In de eindsprint kon ik niet meer voorin komen. Er was een kopgroep weg van 9 man en deze zou sprinten voor de overwinning. Ik kon enkel mijn plaats in het peloton vast houden en werd 25e. De wedstrijd werd gereden aan een gemiddelde snelheid van 38,5 km/u en een maximum van 50,3km/u
Komende vrijdag staat nog de klassieker in Vorden op het programma. Zaterdag vertrek ik dan naar Engadin, om daar een weekje op hoogte te trainen.